stedenbouwkundige, architect, adviseur
#

Wijkvisie

De wijkvisie is een bekend instrument bij het verbeteringsproces van problematische stadswijken. Bij de eerste wijkvisies lag het zwaartepunt op de sociale visie, later verschoof de nadruk naar de samenhang tussen sociale en fysieke ingrepen. Inmiddels is gebleken dat de wijkeconomie hier, als derde pijler, essentieel bij is. Er zijn goede resultaten met dergelijke wijkvisies gerealiseerd. Klarendal Modekwartier is hiervan een goed voorbeeld. Stimulering van de wijkeconomie speelt hierbij een belangrijke rol. Het wordt spannend of deze successen op langere termijn stand kunnen houden. Tegelijkertijd groeit de aandacht voor duurzaamheid. Op wijkniveau is dit nog betrekkelijk onontgonnen terrein.

De wijkvisie kan als volgt worden gedefinieerd: het ontwikkelen en uitdragen van een inspirerend toekomstbeeld voor een wijk, afstand nemend van de dagelijkse praktijk. Daarbij wordt geconcentreerd op hoofdlijnen en lange termijnbeleid en worden deze vertaald naar korte termijnbeleid door suggesties voor praktische maatregelen.

Peter Koelewijn is als zelfstandig adviseur al bijna 20 jaar betrokken bij wijkgericht werken, o.a. in de wijk Klarendal te Arnhem. Afhankelijk van de vraagstelling zal een tweede adviseur bij de werkzaamheden aan de wijkvisie worden betrokken

Primaire drijfveren van een wijkvisie

Een wijkvisie moet in eerste instantie gericht zijn op de verbetering van de leefbaarheid: een stabiel, duurzaam en prettig woon- en leefmilieu, met goede betaalbare woningen en een veilige woonomgeving zonder overlast, goed onderwijs, voldoende (economische) activiteiten en dergelijke.

Een bijkomend doel van de wijkvisie is, bij realisatie, de positieve ontwikkeling van de waarde van het vastgoed. Hierdoor worden investering mogelijk, zowel van gemeente, woningcorporaties, marktpartijen en particulieren. Indirect levert de versterking van de wijken een sterkere stad op, met als bijkomend voordeel vermindering van de behoefte aan nieuwe, vaak perifere, wijken.

Een voordeel van de wijkvisie is, dat er een stuk ligt dat maatschappelijk, ambtelijk en politiek draagvlak heeft. In de visie is een ontwikkeling beschreven. Natuurlijk zijn aanpassingen mogelijk en nodig, maar pas als je iets hebt vastgelegd, kun je daar later bewust van afwijken en daar de effecten van meten.

Hoe ziet een nieuwe wijkvisie er uit

Niet iedere wijk is geschikt voor het maken van een wijkvisie. Ook zijn er wijken waar geen enkele behoefte is aan een wijkvisie. Het meest kansrijk zijn wijken met een zekere ruimtelijke samenhang, een omvang in de orde van grootte van 2.500 à 5.000 woningen, een onduidelijk toekomstperspectief of een groot vraagstuk. Het helpt als er bij voorbaat een gemeenschappelijk thema is, bijvoorbeeld op het gebied van sport, groen, onderwijs, ligging bij het stadscentrum of bij een fysieke grens. De wijkvisie is een integraal stuk, gezien vanuit de wijk en betreft de fysieke, sociale en wijkeconomische aspecten van de wijk. De nadruk ligt daarbij op woning en woonomgeving, wijkeconomie en duurzaamheid.

De visie kan als stip aan de horizon voor over 10 jaar worden beschreven en worden vertaald in mogelijke initiatieven voor de komende 1, 5 en 10 jaar. Op deze wijze blijkt vaak dat er op korte termijn op relatief goedkope manier al veel stappen in de goede richting kunnen worden gezet en dat missers en verspillingen kunnen worden beperkt.

Het is mooi, wanneer kort na het uitkomen van de wijkvisie een opvallende start kan worden gemaakt, zoals met het ombouwen van een fysiek en sociaal slechte plek tot een aantrekkelijke plek. Dit kan een kleine ingreep op bouwblokniveau zijn, met grote positieve effecten. Er is een sterke behoefte aan iconen van de verbetering: dat nieuwe leuke eethuis, een opvallende muurschildering e.d. Niet alles hoeft meteen te worden verbeterd. Het richten op strategische speerpunten is vaak veel effectiever.

Om een wijkvisie te kunnen opstellen en daarna in de praktijk te brengen, is het goed systematisch te werken op een organische manier. Opkomende kansen moeten worden benut. Vooroordelen moeten worden losgelaten. Er moet goed worden gekeken naar goede ideeën, waarna de ideeën die het verschil maken, moeten worden geselecteerd.

    De volgende methode voor het tot stand komen van een wijkvisie is effectief:
  1. beginnen met een SWOT-analyse (sterkte, zwakte, kansen en bedreigingen) met sleutelfiguren uit de wijk. De SWOT-analyse dwingt mensen uit de houding van vooroordelen en cynisme
  2. opstellen van een pamflet met brede verspreiding. De vorm van een pamflet roept meedenken op.
  3. workshop met raadsleden, professionals, sleutelfiguren
  4. op zoek naar het eigene van de wijk, wat maakt het verschil
  5. beknopt eindproduct met maatregelenkaart
  6. na afloop van de productie van de wijkvisie wordt een convenant getekend, waarin de opstellers aangeven de visie als denkrichting te ondersteunen, zonder dat hier echter op punten en komma’s overeenstemming over hoeft te zijn.
  7. ieder jaar een jaardag, waar de successen, maar ook de afwijkingen op de wijkvisie worden besproken.

Door deze methode bestaat zekerheid over de te nemen stappen en kan vooraf een goede tijdplanning en kostenraming voor het opstellen van de wijkvisie worden gemaakt.

Wijkeconomie als pijler van de wijkvisie

Waarom we ons druk moeten maken voor wijkeconomie, heeft te maken met het benutten van de economische potenties van een wijk. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan de economische vitaliteit en leefbaarheid van de wijk. Wijkeconomie is per definitie ook wijk-overstijgend en onderdeel van de economie van de stad. Economisch sterke wijken zorgen voor een economisch sterke stad.

Door ondernemers aan elkaar en aan klanten te verbinden wordt de ondernemende potentie van een wijk benut. Men moet vooral van elkaar weten wie, op welk terrein actief is. De overheid, woningcorporaties en marktpartijen moeten hierbij in de initiatieffase willen ondersteunen, met bedrijfsverzamelgebouwtjes, netwerkplekken, goedkope werkruimte, collectieve marketing en de oprichting van een ondernemersvereniging. Hierbij moet beginnende informele economie zeker niet worden vergeten. Zodra de wijkeconomie loopt, kunnen deze initiatiefnemers zich weer geleidelijk terugtrekken

Tot nu konden de wijkinvesteringen door een gemeente worden bekostigd uit extra geldmiddelen, zoals de Vogelaargelden. Daarmee heeft de lokale overheid, als uitvoerder, de wijkeconomie in de aandachtswijken sterk kunnen stimuleren. De extra geldmiddelen zijn op dit moment niet of nauwelijks meer beschikbaar. De gemeentelijke overheid investeert normaal al grote bedragen in wijken, in de vorm van onderwijs, welzijn, sport, beheer. Deze geldstromen worden echter niet gezien als wijkeconomie. Er worden vaak geen eisen gesteld aan rendement. De geldstroom is vooral gericht op aanbod en vaak op ‘zielig en zorg’ en niet op ‘kansen en kracht’.

Door de geldstromen te zien als onderdeel van de wijkeconomie en daar waar mogelijk te denken in rendement (de zogenaamde circulaire economie: de investeerder is uiteindelijk ook incasseerder), kan de wijkeconomie, bij de zelfde investering, een enorme impuls krijgen. Hiermee stijgt de waardetoevoeging en inkomensontwikkeling (added value).

Aanzienlijke tijdwinst bij de verbetering van de wijkeconomie is te boeken door preventief de bestemmingsplannen op de gewenste locaties te verruimen, zodat kleinere bedrijven, ambachten en detailhandel mogelijk worden. Vooral de oudere, lege gebouwen zijn hiervoor geschikt (zie Jane Jacobs: ‘new ideas need old buildings’). Bij het maken van plannen voor de stimulering van wijkeconomie kan men nuttig gebruik maken van statistiek als kennismateriaal om keuzes te maken, zoals de bevolkingspiramide (grijs of groen, groei of krimp), leeftijd en opleiding, arbeidsplaatsen en wijktypering.

Naar een duurzame wijk

De wijkvisie is een effectief instrument om gewenste stappen op het gebied van duurzaamheid op wijkniveau te beschrijven. De huidige praktijk is vooral gericht op de duurzame woning of juist verduurzaming op centraal niveau, denk aan stadsverwarming en stimuleringsprogramma’s van de (rijks)overheid.

Duurzaamheid moet verplaatst worden van de agenda van milieu, naar die van economie. Voor bewoners zal vooral geappelleerd moeten worden op de verlaging van de woonlasten. Dit is voor iedereen aantrekkelijk. Een oproep tot een bijdrage aan een beter milieu krijgt direct een politieke lading.

Op wijkniveau is het duurzaam, decentraal opwekken van energie van belang. Hierbij is een ‘smart-grid’ gewenst. Door het smart-grid is uitwisseling van energie binnen de wijk mogelijk, zonder (volledig) gebruik te hoeven maken van teruglevering aan het net of zonder dure energieopslagsystemen. Op wijk- of buurtniveau is Warmte-koudeopslag (WKO) mogelijk rendabel. In wijken is dit op woningniveau niet mogelijk en gewenst.

Niet alle maatregelen hoeven plaats te vinden in de wijk zelf. Bewoners kunnen bijvoorbeeld aandeelhouder worden van een windmolen, die ver buiten de wijk op een windrijke plek wordt gerealiseerd.

Bestaande wijken moeten zoveel mogelijk een gescheiden rioleringsstelsel krijgen. Het hemelwater wordt dan zoveel mogelijk opgevangen in regenwatertanks en benut voor de planten, het doorspoelen van het toilet en de wasmachine. In een wijk en er direct omheen moeten de mogelijkheden voor stadslandbouw worden benut. Dit leidt tot een gezondere voedselvoorziening. De sociale voordelen zijn groot, zoals de organisatie van buurtmaaltijden, waar de eigen producten worden genuttigd. Groene gebieden achter de woningen kunnen worden benut als kruiden- of moestuin. Sommige platte daken kunnen worden voorzien van hekwerken en een aardlaag en floreren als moestuin.

De opwarming van de wijk kan worden tegengegaan door platte daken te voorzien van een sedumlaag, moestuin of witte dakbedekking. Gevelgroen kan worden toegepast.

Natuurlijk zijn ook volop kansen voorhanden voor verbetering van de energievoorziening op woningniveau, door isolatie van de woningen, zonneboilers, zonnecollectoren en kleine windmolens. Hiervoor kan een systeem van gezamenlijke inkoop van isolatiematerialen en installaties worden opgezet. Het gevolg hiervan is dat voor de bewoners de woonlasten sterk dalen. De woningcorporatie kan een belangrijke rol als leverancier van woning, energie en beheer spelen, als de bureaucratische belemmeringen zijn opgelost. De constante kasstroom maakt externe financiering niet nodig. Uiteindelijk resulteren deze maatregelen in een duurzame, zoveel mogelijk energieneutrale, wijk.

Duurzame technieken moeten voor bewoners makkelijk verkrijgbaar zijn met een goede uitleg over werking en opbrengst. Maar de duurzame wijk is niet alleen op techniek gebaseerd, maar ook op gedrag. ‘Groene’ en duurzame maatregelen moeten aansluiten op de doelgroep, bewoners moeten er trots op kunnen zijn. Bewoners moeten zelf hun primaire toegevoegde waarde leren ontdekken en inzetten.

De bewustwording bij de wijkbewoners groeit door de duurzame maatregelen goed zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld door op de mooiste plek het mooiste en duurzaamste sociale woningbouw te bouwen. De wijkvisie kan hierbij als instrument worden ingezet.

De hoofdrolspelers bij het opstellen van een wijkvisie

Het meest voor de hand ligt, dat de gemeente opdracht geeft voor het opstellen van een wijkvisie. Het kan echter ook een woningcorporatie of bewonersorganisatie zijn. Rekening gehouden moet worden met kosten die enkele tienduizenden euro’s bedragen.

Belangrijk bij het proces is, dat er gestreefd wordt naar een coproductie van de gezamenlijke partners, werkzaam in de wijk. Het is zeer stimulerend als vele partijen zich betrokken voelen bij een succes. Successen moeten worden gedeeld en gevierd.

De wijkvisie kan sturen in het versterken van het zelfvoorzienende en zelfbeherende karakter van de wijk. Op elk schaalniveau moet de beslissingsbevoegdheid op zo laag mogelijk niveau komen te liggen, gefaciliteerd door professionals. Er kan een reinigings- en onderhoudsregime voor de openbare ruimte worden opgesteld, waarin opgenomen de organisatie van een wijkschoonmaakdag, de ter beschikking stelling van vuilknijpers, zakken e.d. Er kan een zelfbeheerbeloningssysteem worden georganiseerd met straatprijzen, een bijdrage voor het straatfeest, waardebonnen bij winkels uit de wijk e.d. Dit alles resulteert in een beter beheer voor minder geld. De gemeente moet bewonersinitiatieven structureel ondersteunen.

De revenuen van de verbetering van een wijk moeten zoveel mogelijk naar de wijk zelf, waardoor de trots bij wijkbewoners groeit.

De gemeente kan zich niet permitteren teveel schommelingen te laten ontstaan in het proces van groeiend zelfbeheer. Positief en constructief denken en handelen, moet worden beloond. Een eventuele moppercultuur moet worden doorbroken.

Nieuwe energie voor de wijkvisie

Het instrument wijkvisie is springlevend en zeer effectief. Door een wijkvisie kunnen op korte termijn de juiste stappen worden gezet en kan verspilling worden voorkomen.

Belangrijke pijlers van de wijkvisie zijn de wijkeconomie, duurzaamheid op wijkniveau en bewonerszelfbeheer. Het is te hopen dat het instrument wijkvisie ook in de nabije toekomst effectief wordt ingezet door gemeenten, woningcorporaties en bewonersorganisaties bij de verbetering van bestaande wijken. Uiteindelijk draagt de wijkvisie bij aan het verbeteren van de leefbaarheid in een wijk.